Er is de laatste jaren veel te doen om biologische wijn, biodynamische wijn en de zogenaamde ‘natuurwijnen’. Vooral hier in de hippe horeca van Utrecht zie je de natuurwijnen op elke kaart verschijnen. Maar wat is het nou precies? En is het per definitie beter? Laten we die hype eens nuchter bekijken. In de basis gaat het bij al deze stromingen om respect voor de natuur en het minimaliseren van menselijk ingrijpen. Maar de uitvoering verschilt nogal, en dat proef je terug in je glas. Voor sommige mensen is het de enige ‘echte’ manier van wijnmaken, voor anderen is het soms net iets te veel van het goede.

Biologische wijn is eigenlijk de meest duidelijke vorm. De wijnmaker gebruikt geen kunstmest en geen chemische bestrijdingsmiddelen in de wijngaard. Dat is streng gereguleerd en je herkent het aan het groene ‘blaadje’ op het etiket. In de kelder mag de wijnmaker nog wel een paar dingen doen, zoals het toevoegen van sulfiet (om de wijn stabiel te houden). Biodynamische wijn gaat nog een stap verder en volgt de filosofie van Rudolf Steiner, waarbij de wijngaard als een gesloten ecosysteem wordt gezien en er wordt gewerkt met de standen van de maan en de sterren. Dat klinkt voor sommigen wat zweverig, maar de resultaten zijn vaak verbluffend goed.
- Biologisch: Geen chemicaliƫn in de wijngaard, beperkte toevoegingen in de kelder.
- Biodynamisch: Holistische aanpak, kosmische kalender, vaak zeer hoge kwaliteit.
- Natuurwijn: ‘Nothing added, nothing taken away’. Geen toegevoegd sulfiet, geen filtering, wilde gisten.
Natuurwijn is de meest extreme vorm. Hier wordt in de kelder eigenlijk niets meer gedaan. Geen gisten uit een zakje, geen filtering en vaak geen of heel weinig sulfiet. Het resultaat is een wijn die soms troebel is en heel anders ruikt en smaakt dan je gewend bent. Je proeft vaak gist, cider-achtige tonen en veel ‘funk’. Je moet er van houden. Sommige natuurwijnen zijn fantastisch levendig en energiek, andere zijn simpelweg defect. In onze cursussen proeven we deze wijnen naast de conventionele wijnen om het verschil te ervaren. Het is een geweldige manier om je smaakpalet uit te dagen en te ontdekken waar jouw grens ligt.
Wat ik belangrijk vind om mee te geven, is dat ‘biologisch’ niet automatisch betekent dat een wijn lekker is. Een slechte wijnmaker maakt ook met biologische druiven een slechte wijn. Maar het dwingt de boer wel om veel meer aandacht aan zijn land te besteden. Omdat hij geen snelle chemische middelen mag gebruiken, moet hij zijn stokken door en door kennen. Dat zie je vaak terug in een betere kwaliteit druiven. In Utrecht zie ik dat de vraag naar eerlijke, schone wijnen enorm groeit. We willen weten waar ons eten vandaan komt, en dat geldt ook voor onze wijn. Of je nou gaat voor een strakke klassieker of een wilde natuurwijn, het verhaal achter de fles wordt steeds belangrijker.
