Je hebt een paar mooie flessen gekocht tijdens een vakantie of na een geslaagde proeverij in Utrecht, en nu? Waar laat je ze? Niet iedereen heeft het geluk van een diepe, koele kelder onder zijn huis. Sterker nog, de meeste Utrechtse woningen zijn daar veel te vochtig of juist te warm voor. In deze les praten we over het bewaren van wijn. Want hoewel de meeste wijn die we kopen bedoeld is om binnen een jaar op te drinken, zijn er ook flessen die er echt baat bij hebben om een tijdje te blijven liggen. Maar dan moet je ze wel goed behandelen, anders is die mooie investering na een paar jaar alleen nog maar goed voor de gootsteen.
De grootste vijanden van wijn zijn licht, temperatuurschommelingen en trillingen. Wijn houdt van rust en een constante omgeving. De ideale temperatuur ligt rond de 12 graden, maar het is belangrijker dat de temperatuur stabiel is dan dat hij exact 12 graden is. Een wijn die langzaam meebeweegt met de seizoenen tussen de 10 en 18 graden zal het prima doen. Maar een wijn die in de keuken staat, waar het overdag 22 graden is en ’s nachts afkoelt naar 15, zal veel te snel verouderen. Het licht is ook een dingetje: uv-straling breekt de aroma’s af, daarom is glas van wijnflessen vaak donker van kleur.
- Liggend bewaren: Alleen nodig voor flessen met een natuurkurk, zodat de kurk vochtig blijft en niet uitdroogt. Schroefdoppen kunnen gewoon staan.
- Donkere plek: Een kast in een onverwarmde kamer is vaak al beter dan een rek in de zonovergoten woonkamer.
- Trillingsvrij: Bewaar je wijn niet naast de wasmachine of de koelkast; de constante trillingen kunnen de chemische processen in de wijn verstoren.

Wanneer weet je nou of een wijn kan ouderen? Dat leer je tijdens de cursus door te kijken naar de structuur. Wijn heeft ‘conserveermiddelen’ nodig om de tand des tijds te doorstaan. Dat zijn suikers, zuren, tannines en alcohol. Een wijn met een hoge zuurgraad en veel tannines, zoals een goede Barolo of een top-Bordeaux, heeft de potentie om tientallen jaren te liggen. De smaken veranderen dan van vers fruit naar meer aardse tonen zoals herfstbladeren, tabak en cederhout. Dat moet je wel lekker vinden, natuurlijk. Het is een kwestie van smaakontwikkeling.
Voor de meeste mensen is een kleine wijnklimaatkast een goede oplossing als je echt serieus wilt gaan verzamelen. Maar begin simpel. Een donkere hoek in de gangkast is vaak al een prima startpunt. Ik adviseer cursisten ook altijd om een administratie bij te houden. Er is niets zo zonde als een fles vergeten en hem pas opentrekken als hij al over zijn top heen is. Gebruik een app of gewoon een schriftje. Schrijf op wanneer je de wijn hebt gekocht, wat je ervoor betaald hebt en wat de verwachte drinkperiode is. Zo bouw je je eigen kleine archief op en geniet je op het juiste moment van die speciale fles uit Utrecht.
